Ruim tien jaar nadat Wouter van der Heij eerder voor Hydrofiel zijn verhaal deed over de vismigratie ivier, die toen nog niet meer was dan een plan of zelfs een idee, hebben zich nu maar liefst vijfentwintig Hydrofielers opgegeven de nu deels voltooide migratierivier aan de Afsluitdijk te bekijken.
Alles tot in de puntjes voorbereid door David komen allen bijna tegelijkertijd samen in het Waddencenter op de Afsluitdijk. Een bezoekerscentrum / museum dat ook buiten de excursie om, waar wij nu voor gekomen zijn, een bezoek waard is.
Afgezien van een stevige wind kon voor onze excursie het weer niet beter zijn.
In een zaal boven geeft Wouter, van oorsprong marien ecoloog en Calamari-duiker, eerst nog een presentatie waarin hij de het verhaal van de rivier, de bedoeling en de stand van zaken rond diens aanleg toelicht.
Voor wie het (sinds ongeveer 2014) vergeten was of nu voor het eerst hoort, en ook voor allen ter voorbereiding, 'om te snappen wat we straks in het echt gaan zien': We zijn al heel veel verder dan de eerste keer toen in bij jullie was, begint hij, een groot deel is al gerealiseerd maar er kan dit jaar nog geen lintje geknipt worden. Wel is er nu zicht op de voltooiing. Eind 2026 zou alles klaar kunnen zijn, denken we nu.
De Waddenzee wordt wel onze laatste wildernis genoemd maar hij gaat de laatste jaren wel hard achteruit. Pas als je begrijpt hoe hier zoveel verschillende soorten leven kun je ook begrijpen dat, en welke, maatregelen er in het belang van vissen (en ander leven) in de Waddenzee nodig zijn. Voorheen was de Waddenzee, als estuarium tussen land en zee, een enorm productief systeem waar van alles leefde en op af kwam. In het verleden waren daaronder ook veel trekvissen. Zoals zòveel spiering dat de akkers er mee bemest konden worden. Die soort gaat nu sterk achteruit. Hij wordt niet meer gevangen en een deel ervan blijft nu, hoewel het van oorsprong een trekvis is, achter in het IJsselmeer in plaats van nog tussen het zoute en zoete water heen en weer te trekken. Ook zalm werd er volop gevangen, en is er nu nog slechts sporadisch aanwezig. De eerder constante visserij op haring stortte onmiddellijk na de afsluiting in. Het zijn maar enkele voorbeelden.
Omdat door de vele ingrepen die wij in het water deden (i.h.b. de compartimentering met sluizen en de scheiding tussen zoet en zout) met name de trekvissen hard achteruit zijn gegaan, zijn zij de doelsoorten van de vismigratie rivier. Vele trekvissen, zoals spiering en zalm, trekken uit het zoete water naar zee om daar op te groeien en als volwassen vissen voor de voortplanting terug te keren naar het zoete water. Als enige trekken de zalm en forel dan naar hun eigen geboorteplekken (tenminste waar ze dat nog lukt). Paling en zalm zijn onder de bekendste vissen die opgroeiden in het ene, maar zich voortplanten in het andere water. Ze zijn er nog, maar hebben hard hulp nodig: met de afsluiting van zee kwam aan dat alles een einde, en vanaf de jaren vijftig namen vooral de vogels het gebied over. Het verhaal van de vogeltrek, is veel bekender dan dat van de trekvissen. Daarom gebruiken we dat verhaal wel om de noodzaak van de maatregelen toe te lichten. Zowel veel vooral noordelijk als ver zuidelijk levende vogels komen juist hier in de Waddenzee pleisteren. Hun verhaal is dat de Waddenzee een sleutelrol speelt in hun trek. De status van "Werelderfgoed" van de Waddenzee is dan ook vooral op hen gebaseerd.
Maar voor de vissen is dat niet verhaal zoveel anders. Zij trekken van de zoete binnenwateren naar zee waarvoor de Waddenzee hun voordeur is. Met de aanleg van de vismigratie rivier willen we bereiken dat de vissen er weer in en uit kunnen en weer in grote getale hun thuis hervinden. Daarvoor is de rivier letterlijk bedoeld als een gat in de dijk.
De allereerste plannen voor de aanleg van de migratierivier verdwenen al snel, als te duur en te ambitieus, onder in de lade, maar de basisvariant is degene die nu toch wordt uitgewerkt. Dit uiteindelijke, nu in ontwikkeling gebrachte, plan voor het ontwerp is opgesteld in samenwerking met zowel natuur- als visserij-organisaties. De rivier wordt vormgegeven met een reeks van lussen als een dichtgedrukte harmonica om over verhoudingsgewijs korte afstand toch voldoende lengte te hebben waarover het water spontaan ontzilt raakt. Dat is zowel van belang omdat het huidige IJsselmeer nu een onmisbare regenton voor drinkwater is, als ter bescherming van de achterliggende landbouwgronden. De totale lengte van de rivierplooien wordt zo'n veertig kilometer, wat voldoende lengte is voor spontane ontzilting en vrijwel hetzelfde als de vijftig kilometer van de spontaan ontziltende Westerschelde. Ondertussen kan het systeem bijgestuurd worden met kleppen die, door ze in geval van noodweer geheel te sluiten, ook de veiligheid garanderen; het gat in de dijk is hierdoor even sterk als de rest van de dijk, wat ook nodig was om vergunning te krijgen. Zonder gevaren voor de mens, kunnen zo de vissen straks inderdaad door de rivier via dit gat in de dijk weer heen en weer zwemmen, terwijl ten behoeve van publiek de werking van de rivier meteen ook informatief en educatief zichtbaar gemaakt zal worden.
Natuurlijk bestaan er inmiddels, ook elders, al lang veel meer vispassages, die doorgaans een bypass zijn die ze om het gevaar heen leidt, maar het innovatieve van deze is dat hij precies op de grens van zoet en zout water ligt (fysiek komt de rivier vooral in het zoete Ijsselmeer), en dat hij zal werken onder invloed van de daar lokale getijdenstromingen.
In 2021 is rond de Spuisluis aan de Waddenzee zijde een begin gemaakt met het doorgraven van de dijk. Aan die kant is als eerste het werk voltooid omdat die plek cruciaal is om de vissen te lokken door de zich daar vermengende geuren van het zoete en zoute water. Een jaar lang is er onderzocht, ondermeer met fuiken, welke en hoeveel dieren op jaarbasis van de passage gebruik kunnen maken. Dat bleken er verschillende miljoenen te zijn. We zullen straks bij de Spuisluis langs lopen.
De rivier zelf, aan de tegenover liggende zijde van de dijk, moet nu nog aangelegd worden. Daarvan heeft de realisatie een begrotingstekort van dertien miljoen opgeleverd, als gevolg van vertragingen en gedurende die tijd oplopende prijzen, maar dat tekort is nu opgelost zodat de werkzaamheden spoedig weer kunnen beginnen.
We wandelen straks over de weg heen, langs de Spuisluis en de Spuikom daarvoor (noordzijde), en daarna onder de dijk door, door de coupure er in, met naast elkaar een hoofd- en een neven-geul, beide met verschillende stroomsnelheden. Dat is allemaal al klaar. De verwachting is dat snelle zwemmers straks in enkele uren door de coupure heen gaan terwijl de trage daar verschillende dagen over zullen doen.
Straks als ook de rivier en de daar te verlengen dam klaar is (zuidzijde) zal 'it Fryske Gea' het geheel gaan beheren en ook de publiekseducatie, excursies en dergelijke verzorgen. Er zullen dan ook verwachten we, maar daar wordt nu nog aan gewerkt, met een soort van A.I. techniek, beelden te zien zijn van de vissen die in het gat onder de dijk door het troebele water heen trekken. De techniek moet de troebelheid van het water opheffen of beperken.
Inmiddels komen hier al veel buitenlanders om te kijken hoe wij deze passage bouwen. We doen dat ook in verband met de huidige situatie van biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Want ook daarin speelt deze aanleg een belangrijke rol.
De harde wind buiten, en soms ook de smalle paadjes waarover we achter elkaar lopen, maakt het moeilijk daar alles te volgen wat Wouter vertelt. Maar dat doet niets af aan de bijzonderheid van het van dichtbij zien het werk voor de vismigratie rivier (en trouwens ook de afsluitdijkwerken zelf waar je anders enkel bij langs racet). Bovendien is onze excursie een bijzonderheid doordat straks, als alles klaar is, enkel nog excursies met de boot zullen worden ondernomen. Niet meer dichtbij alles (inclusief restanten van tweede wereldoorlog bunkers) langs lopend, zoals wij dat nu doen.
We passeren de schutsluis. In het hele gebied daar om heen zoeken de trekvissen naar gaten om binnen te komen. Met zenders, waarvan de signalen in contact komen met onder water geplaatste ontvangers, worden hun bewegingen gevolgd. In de grote spuikom (bij de spuisluizen), daar waar met fuiken geteld is, zit de meeste en diverse vis. Dat komt doordat de bodem daar tussen één en twintig meter in diepte verschilt. Terwijl een aantal vissoorten juist graag hoog in de waterkolom zwemt, blijven andere, met name de platvissen, enkel laag op de bodem. Er zijn daarom ook twee ingangen naar de rivier gemaakt en voor ons in de dijk rond de spuikom zichtbaar. Een diepe en minder diepe waar de vissen de lokstroom van het water volgen. Op drooggevallen delen in de spuikom staan blauwe reigers, een grote zilverreiger en natuurlijk zijn er volop eenden en meeuwen.
Wat verderop liggen in het water twee glasaaltjescollectoren die met zoet water-lokstromen glasaaltjes aanlokken. Enerzijds voor een telling maar ze worden ook wel gevangen en weer uitgezet.
De dam aan de meest zuidoostelijke kant, waar de rivier nu nog moet komen, wordt wel vier maal zo lang als de huidige.
Eenmaal in de coupure onder de dijk, waar we naast de smalle en snelle stroom lopen, zien we dat ook nu al veel klaar staat voor de publiekseducatie. In de wanden staan de namen van binnen- en buitenlandse zoute en zoete wateren, voor een deel met de afstanden vanaf hier erbij, en op de scheiding boven het water tussen beide geulen staan grote, in metaal vorm gegeven trekvissen: houting, fint, zalm, steur, rivierprik, zeeprik, driedoornstekelbaars enzovoort.
Straks zullen ze voor alle publiek zichtbaar zijn want in de coupure geldt een vrije toegang naast dat er ook begeleide excursies en dergelijke zullen komen.
Een prachtige excursie en een heel bijzondere ‘winteravond’vertelling waarvoor David, als initiatiefnemer / organisator, terecht veel lof krijgt.
Rapporteer Harry
Foto's David, Tally en Harry
Wow, wat een mooie weergave van het verhaal en de dag. Top Harry!!
Hele mooie weergave van onze excursie Harry. Maar….ik had ook niet anders verwacht.
Mooi verwoord Harry!